Waarom valt het WitHollandven in de herfst bijna droog?

Veel mensen denken dat het WitHollandven is gaan lekken door oude baggerwerkzaamheden. In de herfst staat er namelijk bijna geen water meer in dit ven, terwijl de andere vennen nog wel water hebben. Daardoor lijkt het logisch dat er een lek zit. Uit onderzoek van 2023‑2025 blijkt dat dit niet zo is.

Onderstaand zijn in de tabel de waterstanden van de vennen in de periode 13 mei – 22 juli 2023 én 9 juni – 13 aug 2025 (=zomerperiode) en in de periode 7 aug – 11 okt 2023 én 12 sept – 23 dec 2025 (=najaar periode) vermeld. Uit cijfers blijkt dat de daling van de waterstand in Kromven in de meeste perioden relatief het langzaamst verloopt (= kleinste getal in millimeters per dag).

Toelichting kolommen: daling is gemeten verandering waterstanden; wegzijging=daling minus neerslagtekort in cm; en daarna in millimeter per dag. Neerslagtekort= open waterverdamping minus neerslag. Een minteken voor het getal betekent een daling van de waterstand. Een plusteken betekent een stijging van de waterstand (alleen bij het Scherpven).

Wat hebben we onderzocht? 

  1. De bodem onder het ven
  • Onder het WitHollandven ligt een leemlaag. Een leemlaag is een natuurlijke grondlaag. Het is fijner dan zand maar bevat minder kleimineralen dan pure klei. Leem is slechter water doorlatend dan zand.
  • De leemlaag ligt ongeveer één meter onder de zandbodem van het ven.
  • Hierdoor kan het grondwater, net zoals bij de andere vennen, wel wegstromen. Het wegstromen van grondwater in het WitHollandven gebeurt veelal niet sneller dan bij de andere vennen.
  1. De daling van de waterstand
  • In de zomerperiodes ’23 en ’25 daalt het water in het WitHollandven minder snel dan in andere vennen.
  • In september 2023 en in het najaar van 2025 daalde het water in het WitHollandven veel sneller dan in de andere vennen.

Dat roept de vraag op: hoe kan dit?

  • Regen valt overal evenveel: dit is dus niet de oorzaak.
  • Verdamping is in alle vennen ook gelijk en is gering in najaar;
  • Waterdiepte in verschillende vennen is vergelijkbaar;

Deze drie punten verklaren het verschil in daling dus niet.

Wat is wél de oorzaak?
De verschillen komen door grondwaterstanden in de omgeving.

  • In het zuidelijke deel van de Landschotse Heide staat het grondwater in het najaar hoger (dus minder diep).
  • Het WitHollandven ligt in het noorden. Hier staat het grondwater in het najaar veel dieper. Soms wel een meter dieper dan het water in het ven.
  • Hierdoor kan het water uit het WitHollandven sneller wegzakken in de bodem.
  • Bij de andere vennen staat het grondwater dichter bij het oppervlak, waardoor er minder water wegzakt.

In perioden waarin het grondwater stijgt (bijvoorbeeld eind 2025) zakt het water in andere vennen nog maar heel langzaam weg. Eerst zakt het met 2,7 millimeter per dag. Nadat de grondwaterstand is gestegen zakt het nog maar 1,5 millimeter per dag.

Wat zien we in het gebied?
In januari 2026 viel ongeveer 70 mm regen. Daarna waren:

  • de waterlopen en sloten in het zuiden gevuld met water
  • de sloten bij het noorden nog overal droog.

Dit laat zien dat het waterstanden in het zuiden sneller stijgt dan in het noorden.

Conclusie

Kijkend naar de grondwaterstanden kunnen we zeggen dat het WitHollandven niet lekt. De grote verschillen in daling van een venwaterstand komen door verschillen in grondwaterstanden in het gebied.

  • In het noorden staat het grondwater in de herfst en vroege winter dieper, waardoor het venwater sneller wegzakt.
  • In het zuiden staat het grondwater ondieper, waardoor de vennen daar meer water vasthouden.

Daarom valt het WitHollandven in het najaar veel sneller droog dan de andere vennen.

N.B. Deze uitkomsten komen uit de laatste metingen en andere beschikbare informatie over de bodem en de diepere ondergrond. Een uitgebreider onderzoek kan helpen om beter te begrijpen hoe water stroomt tussen de vennen en het grondwater. Het is zeker dat verschillen in waterdruk en waterstanden invloed hebben op deze stroming; dat staat niet ter discussie.

Uit de Q&A: Wat zijn natuur- en habitattypen?

In Nederland is natuurbeleid best ingewikkeld. Je hoort vaak verschillende begrippen door elkaar: natuurdoeltypen, ambitietypen en habitattypen. Deze hebben allemaal een eigen betekenis en functie.

Natuurdoeltypen horen bij het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Ze geven aan welk soort natuur op een plek gewenst is, bijvoorbeeld moeras, heide of bos. Provincies gebruiken deze typen om beleid te maken. Soms passen ze deze aan. Bijvoorbeeld door klimaatverandering of nieuwe kennis over natuur. Dit maakt het beleid flexibel.

Ambitietypen laten zien welke kwaliteit of richting een natuurgebied moet krijgen. Het is een soort streefbeeld: hoe sterk, afwisselend en rijk moet het gebied worden? Ambitietypen zijn minder streng vastgelegd in de wet dan habitattypen. Provincies hebben hier meer vrijheid.

Habitattypen komen uit de Europese Habitatrichtlijn. Ze vormen de basis voor Natura 2000-gebieden. Elk habitattype is een speciaal soort natuur met bepaalde planten en dieren. Als de Europese Unie een gebied als Natura 2000 aanwijst, worden deze typen vastgelegd in de wet. Ze veranderen bijna nooit. Alleen als blijkt dat de oorspronkelijke keuze fout was. In 2023 zijn enkele habitattypen en soorten verwijderd. Maar dat gebeurt maar heel af en toe en is ingewikkeld.

Voorbeelden van habitattypen op de Landschotse Heide:

  • H4010 – Vochtige heiden
  • H4030 – Droge heiden
  • H2310 – Stuifzandheiden met struikhei
  • H3130 – Zwakgebufferde vennen
  • H7150 – Pioniervegetaties met snavelbiezen
  • H91E0 – Vochtige alluviale bossen
  • H3260_A – Beken en rivieren met waterplanten

Nieuw uitkijkpunt bij de Kleine Beerze vergroot beleving van het beekdal

Wist je dat het beekdal van de Kleine Beerze er een nieuw uitkijkpunt bij heeft? Stichting Dorp aan de Beek wilde graag bezoekers een unieke blik geven op het landschap én een plek maken als startpunt voor rondleidingen en excursies. “Het heeft wat voorbereiding gekost, maar we zijn heel blij met het eindresultaat,” zegt Gerry Dorrestein.

Mooi uitzicht

Het uitkijkpunt is bewust ontworpen met respect voor de natuurlijke omgeving. In samenwerking met Brabants Landschap en houthandel Van Dal heeft de stichting gekozen om te bouwen met duurzame en natuurlijke materialen. Het platform is ongeveer 4 bij 4 meter groot en is 2,5 meter hoog. Hiervoor heb je een prachtig uitzicht zonder het landschap te beheerst. Veiligheid stond centraal bij het ontwerp en de uitvoering.

Voorlichting

Het uitkijkpunt is geplaatst op grond van de gemeente Eersel. De stichting heeft veel steun gehad van de gemeente, bijvoorbeeld bij het vergunningentraject. Bezoekers kunnen door de uitkijktoren het beekdal nóg beter beleven. Met dit uitkijkpunt wil de stichting niet alleen recreanten trekken. Zij wil dit ook gebruiken voor goede voorlichting. Het is een startpunt voor excursies en een plek waar bezoekers meer leren over de natuur. En het herstel van de Kleine Beerze!

De Kleine Beerze overbrugd

Hou je van wandelen? Richt je kompas deze winter eens op het dal van De Kleine Beerze! En laat je verrassen door nieuwe bruggen en paden.

“Ik ben ongelofelijk blij dat onze gasten en iedereen uit de omgeving kan meegenieten van het prachtige beekdal van de Beerze, wandelend of fietsend. Het is een stukje natuurschoon dat ons verbindt en elke dag weer laat zien waarom deze streek zoveel betekenis heeft”, Irla Daris, Boerenterras De Spekdonken

Britse allure

Met de nieuwe boerenlandpaden gaat het wandelnetwerk rond De Kleine Beerze lijken op een Engelse countryside. Veerasters, hagen en houten paaltjes helpen het grazende vee en de wandelaar. Wie rekening houdt met de belangen van de boer, mag hier zijn land betreden.

“Dankzij betrokkenheid en samenwerking kon de herontwikkeling van het beekdal een landschap scheppen dat bezoekers welkom heet met rust en stilte. Waar passende recreatie de natuur in het gebied niet overneemt, maar juist versterkt.” Annemarie Rossou, Visit Oirschot

Gastvrij boerenland

Genieten van het boerenland: dit is echt nieuw! Je bent te gast in het beekdal, maar hoe werkt dat dan?  Wat in Engeland ‘common sense’ is, moet hier nog een beetje landen. Natuurlijk draag je stevige schoenen of laarzen. De nieuwe paden zijn niet aangeharkt. Ze voeren door boerenland: echte graspollen onder je voeten! Kluiten en wormen…hier of daar een koeienvlaai.

“Het nieuwe wandelgebied door het beekdal is een cadeau voor iedereen die van rust, natuur en Brabantse gastvrijheid houdt. Vanuit Vessem en De Beerzen kun je mooie lusjes maken,” Ingrid van den Broek, Visit Eersel

Laarzenpad

De waterstand in het beekdal kan verschillen. Bos, hagen, zandrug, weide… hier kun je even op adem komen. Soms kan een gebied tijdelijk te nat zijn of er zijn maaiwerkzaamheden: dan kun je er even niet door.

“Het plezier van de wandelaar is kroon op ons werk. Geniet en hou de paden netjes!” Henk Stoop van dorpsraad Vessem heeft recreatie in zijn portefeuille. Hij kijkt tevreden terug naar het vele werk dat verzet is om het wandelnetwerk gerealiseerd te krijgen.

Gele-palen-markering

Naast de bekende geelgroene schildjes helpen hoge palen met gele koppen je om de richting te vinden door het open land. Je voelt je een padvinder. Vanzelfsprekend blijf je uit de aanplant en de zaaibedden en houd je afstand van de landbouwdieren. Dat geldt ook voor je eigen huisdier: aan de lijn. Het is van groot belang voor de veehouder dat je uitwerpselen opruimt en meeneemt vanwege ziekte van zijn dieren. Zo houden we rekening met elkaar.

Zet je wandelschoenen vast klaar, het is bijna weekend!”, Monique en Ria

Bepaal zelf je route!

 

Werk aan beekdal Kleine Beerze helemaal klaar

De afgelopen jaren is er hard gewerkt in het beekdal van de Kleine Beerze. Op zaterdag 14 oktober 2023 was de feestelijke opening van de gebiedsontwikkeling rondom de Kleine Beerze. Onder de naam ‘Levende Beerze leeft, bruis en werkt’ is het beekdal echt veranderd.
De beek slingert weer door het landschap en de kwaliteit van water én natuur is nu beter dan voorheen. Dat geldt ook voor de omstandigheden in natte natuurparels Spekdonken en Molenbroek. Het gebied moet nu tegen een stootje kunnen. Het is en blijft daardoor goed leven, wonen, werken en recreëren in het beekdal van de Kleine Beerze. Voor jong én oud.

Afrondende werkzaamheden

Dit jaar voerde aannemingsbedrijf Van Beers Hoogeloon nog (herstel)werkzaamheden uit aan de Kleine Beerze en hoogwatergeul tussen Vessem en Middelbeers. En aan de verlaging van het maaiveld bij Korstbroeken in het zuiden van Vessem. In de tussentijd zijn ook die werkzaamheden helemaal klaar.

In 2023 en 2024 viel er enorm veel regen in grote delen van Brabant. Ook in de omgeving van Vessem. In periodes van veel regen gebruiken we de hoogwatergeul om tegelijk water door de Kleine Beerze én de hoogwatergeul te laten stromen. Zo is er meer ruimte om zo snel mogelijk het te veel aan regenwater af te voeren. Hiermee verkleinen we de kans op wateroverlast.

Ook door het verlagen van het maaiveld in Korstbroeken ontstaat er meer ruimte voor water in het gebied. Tijdens piekbuien kunnen we meer water parkeren en verkleinen we de kans op wateroverlast. Bestaande landschapselementen zoals houtwallen en poelen bleven.

Wandelend het gebied ontdekken

Brabants Landschap heeft de struinpaden en wandelroutes aangepast op de nieuwe situatie. Ook alle nieuwe bruggetjes – net iets ten noorden van de Hillestraat, over de Kleine Beerze tussen Molenbroek en Hoogeind en bij de vogelkijkwand bij Spekdonken – liggen waar ze moeten liggen. Daarmee is het gebied weer volop toegankelijk voor wandelaars. De hoogste tijd om het prachtige beekdal opnieuw te ontdekken!

Meten is weten!

In het gebied rond de Landschotse Heide werken verschillende groepen samen aan een plan dat iedereen kan steunen. Het doel is om de natuur te verbeteren én de landbouw een toekomst te geven. Hiervoor dienen nog te kiezen maatregelen worden genomen. Dat willen bestuurders doen op basis van zoveel mogelijk feiten. Je hebt feiten nodig om op te bouwen. Meten is weten!

Meer inzicht

Vrijwilligers startten eind 2023 daarom watermetingen op ruim achtentwintig extra meetpunten op de Landschotse Heide. Deze uitbreiding van het meetnet moet meer inzicht geven in de veranderingen van het oppervlaktewater in sloten en vennen. Het is dan ook een aanvulling op de grondwatermetingen die provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel al langer uitvoeren.

Nalopen meetpunten

Een team vrijwilligers voert de metingen uit. Een van hen is Jules van Werkgroep Natuur en Landschap de Beerzen (WNL). Onder leiding van Brabants Landschap en de provincie Noord-Brabant voert hij met zeven andere vrijwilligers metingen uit. Om de week lopen zij de meetpunten na en schrijven zij op hoe hoog het waterpeil is. “Vooral direct na regen is het interessant om te weten wat dit doet met het oppervlaktewater in de vennen en sloten in de directe omgeving”, aldus Jules.

Herstel watersysteem

Jules vertelt enthousiast verder. “Regenwater, kwel en verdamping beïnvloeden de vennen op de Landschotse Heide. We willen dat planten en bijvoorbeeld insecten, kikkers en salamanders fijn kunnen leven. En ook dat de boeren hier in de Landschotse Heide nog een toekomst houden. Daarvoor is herstel nodig van het watersysteem. Met de watermetingen verzamelen we kennis zodat bestuurders de goede herstelmaatregelen kunnen nemen.”

Waarom meewerken aan het meten?

Brabants Landschap kwam bij WNL met het verzoek wie mee wilde werken aan metingen om meer inzicht te krijgen in de waterstromen binnen Landschotse Heide. “Ik woon in dit mooie gebied en zet me graag in voor betere natuur en meer biodiversiteit. Dit is belangrijk voor ons voortbestaan, onze gezondheid, onze voedselvoorziening en onze economie. Ze zorgen namelijk voor schone lucht, zuiver water en gezonde bodems.” De vrijwilligers maakten een onderverdeling. Ieder heeft zes of zeven meetpunten. “In totaal zijn er achtentwintig punten in Landschotse Heide die we met z’n allen gemeten. Dit doen we nu bijna twee jaar, want we zijn gestart in november 2023.”

 Hoe verloopt een meting?

Jules: “We meten de peilbuizen via een meetband. Voor de vennen meten we via ijzeren palen. Uiteraard gebruiken we ook de peilschalen bij sluizen en stuwen. Waterdiepte meten via peilstok.”

Verandering

De vrijwilligers lopen iedere twee weken een eigen rondje en specifieke meetpunten langs. “We zijn al ruim anderhalf jaar aan het meten om inzicht te krijgen; hoe stroomt het water? Hoe komt het dat in ene ven meer water staat dan ander? Dat zijn punten die ons bezig houden. We zien week in week uit hoe de situatie op de Landschotse Heide verandert.”

Buffer

Hoe snel is het water uit de Landschotse Heide? Dat proberen de vrijwilligers boven tafel te krijgen. Als het water eenmaal in de Beerze terecht komt, dan gaat het naar Den Bosch en dan ben je het kwijt. “We willen het water langer vasthouden. Een buffer rondom de Landschotse Heide behouden, want het verdroogt gewoon meer en meer.”

Zorgen

Jules hoeft niet lang na te denken over dingen die hem opvallen bij de metingen. “We hebben een nat jaar achter de rug. En zelfs dan is bij een peilbuis bij een ven zeven maanden later al het water weg. Ook grondwaterbuizen checken we. Ik heb afgelopen negen maanden een verschil van bijna 2 meter in de grondwaterstand gezien. Hoeveel moet het regenen om dat goed te krijgen? Dat baart me zorgen. Tegenwoordig plant de hovenier meer en meer in het najaar in plaats van het voorjaar. “Dat is een enorme verandering. Maar als we in het voorjaar pas planten, dan kan het zijn dat er al vrij snel te weinig water is en dan gaan de planten dood.”

Bonus

Jules vindt het een bonus dat hij om de week de natuur in kan en mag. Ook al doet hij steeds hetzelfde rondje, hij ziet dingen veranderen. “Dat is zo bijzonder. Ik zag afgelopen tijd in het gebied meerdere lepelaars, ooievaars, zwarte ooievaars, zelfs kraanvogels. Ik  vroeg me af of ik wel in Nederland verbleef op dat moment.”

Drijfveer

Dat is ook een drijfveer van Jules. Hij wil dat de Landschotse Heide blijft behouden, voor iedereen. Jules hoopt dat het met de juiste maatregelen beter gaat worden. “Maar het blijft een moeilijk iets. Ik denk wel dat als we het water langer in het gebied kunnen houden, we op de goede weg zijn. De natuur reageert meteen en is veerkrachtig. Water is de levensbron voor zowel natuur als landbouw. Dus we moeten alle zeilen bijzetten.”

Lange termijn

Het meten is eigenlijk om een beeld te schetsen voor de lange termijn, Hoe lang gaan de vrijwilligers nog door met meten? Komende tijd gaan ze evalueren en leveren ze informatie aan als hulp voor het nemen van maatregelen voor Landschotse Heide. We houden u op de hoogte van alle ontwikkelingen.

 

 

 

 

Hoe staat het met de Landschotse Heide?

In het gebied rond de Landschotse Heide werken verschillende groepen samen aan een plan dat iedereen kan steunen. Het doel is om de natuur te verbeteren én de landbouw een toekomst te geven. Hoe kunnen beide naast elkaar bestaan in dit gebied?

Wat is er tot nu toe gedaan?

Het team van Sweco heeft samen met een onafhankelijke hydroloog van AtlaTerra het natuurgebied meerdere keren bezocht. Ze wilden de situatie in het gebied goed leren kennen en problemen ontdekken. Ook spraken ze met boeren die dicht bij de Landschotse Heide werken. Wat zien zij als problemen? En wat zou kunnen helpen?

Daarnaast sprak het team met mensen van de provincie Noord-Brabant, gemeenten, ZLTO, gebiedsmanager, het waterschap en Brabants Landschap. In deze gesprekken ging het steeds over de problemen in het gebied en over mogelijke oplossingen.

Wat weten we nu?

Sweco en AtlaTerra hebben goed gekeken naar het watersysteem in het gebied. Ze onderzochten hoe het werkt, wat er nodig is voor de natuur, en wat er veranderd moet worden. Ze hebben dit duidelijk gemaakt en op kaarten gezet. Zo kunnen ze beter bepalen waar acties nodig zijn en hoe groot die moeten zijn.
Opvallend is dat de grond in en rond de Landschotse Heide op sommige plekken veel water doorlaat, en op andere plekken juist niet. Dit heeft te maken met de opbouw van de bodem. Dit is belangrijk, want het bepaalt hoe goed een maatregel werkt. In het ene deel van het gebied heeft een maatregel meer effect dan in het andere. Dat helpt bij het kiezen van maatregelen die goed zijn voor de natuur én voor de landbouw.

Wat gaat er nog gebeuren?

Sweco en AtlaTerra gaan binnenkort weer praten met boeren en andere betrokkenen. Samen bekijken ze welke acties kunnen helpen voor een goede toekomst voor landbouw en natuur. Ze willen ook bepalen welke grondwaterstand nodig is en wat haalbaar is. Dit zetten ze op kaarten.

Daarna kijken ze per maatregel wat het effect is op de natuur en op de landbouwgrond. Sommige maatregelen kunnen schade geven, bijvoorbeeld door veranderingen in hoe nat het is. Andere maatregelen kunnen juist voordelen hebben. Het is belangrijk om dit goed te onderzoeken.

Wat is de planning?

Sweco en AtlaTerra willen in januari 2026 het eindbeeld presenteren. Daarmee sluiten ze een belangrijke fase af. Ze hebben dan samen met direct betrokken ondernemers gekeken naar wat mogelijk is. Daarna bekijken ze met de mensen in het gebied welke vervolgestappen nodig zijn om de plannen echt uit te voeren. Want uiteindelijk gaat het om de inhoud: welke maatregelen zijn er, wat betekenen ze voor het gebied, en hoe kunnen we ze samen uitvoeren?

Vragen?

Heeft u vragen over het project? Neem dan contact op met: declan.vanherwaarden@sweco.nl.

Uit de Q&A: Werking van grondwater op de Landschotse Heide

Water is belangrijk voor onder andere landbouw en natuur. Elke teelt of ieder natuurtype vraagt iets van water. We doen onderzoek om te begrijpen hoe het watersysteem werkt. En hoe de waterstanden in sloten, beken en vennen de grondwaterstanden beïnvloeden.

Invloed bodemopbouw

In de basis bepaalt het verschil in hoogte tussen twee punten de snelheid van het stromend (grond)water. Hoe groter het verschil, hoe sneller de stroming zal zijn. Ook de bodemopbouw heeft invloed. Bij zand stroomt het water gemakkelijk door de bodem. Een leemlaag geeft veel weerstand aan het water. De bodem bij de Landschotse Heide heeft meerdere lagen. Die zorgen dat ondiep grondwater niet goed verder de grond in kan trekken. Vennen hebben veelal een zandige bodem en daaronder liggen leemlagen. Het duurt hierdoor langer voordat het water naar een diepere laag loopt. Bij hoge grondwaterstanden ontstaat tegendruk op het water in de vennen. Hierdoor zakt er minder water uit de vennen weg naar de bodem.

Unieks

De vennen voeden zich met regenwater en ondiep grondwater van venoevers en de omgeving. Dit ondiepe grondwater neemt kalk uit de bodem mee. De vennen zijn hierdoor ‘zwak gebufferd’. Zeldzame planten zoals waterlobelia, ongelijkbladig fonteinkruid en moerashertshooi zijn afhankelijk van deze zwakgebufferde vennen. In 2024 gebeurde iets unieks. Grondwater én water over maaiveld voedden de vennen. Alles stond met elkaar in verbinding.

In de volgende nieuwsbrief bespreken we een ander onderwerp. Ontvang je nog geen nieuwsbrief? Vul dan even het contactformulier in.

Veranderingen flora op Landschotse Heide

Brabants Landschap heeft tussen 2022 – 2025 planten op de Landschotse Heide in kaart laten brengen. Conclusie in deze periode is dat kenmerkende planten van vochtige heide zijn afgenomen of volledig zijn verdwenen. Hieronder een aantal voorbeelden:

  • Waterlobelia (verdwenen)
  • Drijvende egelskop (verdwenen)
  • Moerassmele (verdwenen)
  • Beenbreek (verdwenen)
  • Oeverkruid (afname)
  • Klokjesgentiaan (afname)
  • Vlottende bies (afname)
  • Naaldwaterbies (afname)

De oorzaak van deze verslechtering ligt in een combinatie van vermesting (met verdringing door grassen en mossen tot gevolg), verdroging en de extreem hoge waterstanden in 2024.

Uitzonderlijk

Met het verdwijnen van Beenbreek verliest de Landschotse heide één van haar meest kenmerkende soorten. De vennen hadden in 2024 hogere waterstanden. Dit heeft de zeldzame Waterlobelia helaas niet geholpen. Deze is in het Vissersven niet meer gevonden. In het Scherpven is de zeldzame Drijvende egelskop verdwenen. Vanaf 2022 nam deze bijzondere heideplant al af, maar is nu geheel verdwenen. Na een lichte toename van Moerassmele de afgelopen jaren was deze in 2025 helaas ook niet meer te vinden in het Vissersven.


Deze zeldzame Beenbreek verdween in 2025 van de Landschotse Heide.

Bijzonder

Het is niet allemaal negatief. Er werden meer planten van de Witte waterranonkels gespot. Deze zijn enorm zeldzaam. De Wilde gagel struiken herstellen langzaam langs het Vissersven en de Keijenhurk na de droge jaren ’22 en ’23. In 2024 is extra aandacht besteed aan het voorkomen van Stekelbrem. Deze is vooral langs de Keijenhurk te vinden. Een bijzondere soort voor de Brabantse Kempen, omdat stekelbrem minder voorkomt.

Uitbreiding door beheer

In 2021 zijn op bepaalde plaatsen op de heide banen ‘geshopperd’. Beheerders verwijderen de bovenste laag van de bodem. Zo ontstaan nieuwe kansen voor soorten van vochtige en droge heide. In 2025 zijn een paar van deze banen onder de loep genomen. De tellers hebben soorten als Veenbies, Witte snavelbies, Blauwe zegge, Dwergzegge, Zwarte zegge, Bruine snavelbies, Kleine zonnedauw, Trekrus en Dopheide gevonden. Deze kunnen zich nu verder uitbreiden. Nieuw is het zeldzame Mosbloempje langs één van de droge zandpaden.

Woekert

Tot slot hebben de beheerders meer Watercrassula ontdekt. Dit is een gevaarlijke soort uit Australië en Nieuw-Zeeland. Het woekert in het Berkven en overgroeit andere planten. De Schijngenadekruid is ook een plant die niet van nature voorkomt in het gebied. Dit is een kruipende tot opstijgende plant met redelijk stevig blad met een waslaagje erop. Schijngenadekruid komt uit Noord-Amerika en is Europa binnengekomen via havens in Frankrijk. Van daaruit heeft de soort zich succesvol verspreid naar moerassige gebieden in Zuid-, maar ook Centraal-Europa.

 

Mysterieuze jager in het Beerzedal

In het beekdal van de Kleine Beerze zijn afgelopen tijd enkele egelhuiden gevonden. Mét stekels, maar zonder lijf. De dader? Geen vos of das, maar een oehoe – de grootste uil van Europa. Met zijn krachtige klauwen weet hij zelfs een stekelige egel te pakken. Een indrukwekkende prestatie die aangeeft dat het gaat om een topjager.

Een nieuwe vijand voor de egel

De egel is eigenlijk goed beschermd door zijn stekels. Maar niet voor de oehoe. Uit braakbalonderzoek en veldwaarnemingen blijkt dat egels regelmatig op het menu staan. De oehoe gebruikt zijn snavel en klauwen om de egel vanaf de buikzijde uit te hollen. Dit is een techniek van een roofdier met bijzondere kracht en nauwkeurigheid.

De rol van de oehoe in het ecosysteem

De oehoe (Bubo bubo) is een nachtelijke jager met een breed dieet: van ratten en duiven tot jonge vossen en egels. Ook hazen, katten en roofvogels staan op het menu. Is dit zielig? Zijn aanwezigheid zorgt voor een gezonde balans in het ecosysteem. Als topjager heeft hij geen natuurlijke vijanden. Hij speelt een belangrijke rol in het in balans brengen van prooidierpopulaties.

Daarnaast wijst zijn aanwezigheid op voldoende rust, voedsel en geschikte broedlocaties in een gebied. Zijn terugkeer is dus niet alleen ecologisch waardevol, maar ook een teken van goed natuurbeheer.

De opkomst in Nederland

Sinds het eerste broedgeval in 1997 in de ENCI-steengroeve bij Maastricht is de oehoe in een kleine opkomst. In 2025 zijn er maar liefst 129 gebieden gevonden waar hij leeft. Dit is een nieuw record. Vooral in Noord-Brabant groeit de populatie snel. Dit komt door een afwisselend landschap van bossen en open gebieden. Die is perfect voor deze reusachtige uil.

 

Lees hier onze privacyverklaring.