Waarom valt het WitHollandven in de herfst bijna droog?
Veel mensen denken dat het WitHollandven is gaan lekken door oude baggerwerkzaamheden. In de herfst staat er namelijk bijna geen water meer in dit ven, terwijl de andere vennen nog wel water hebben. Daardoor lijkt het logisch dat er een lek zit. Uit onderzoek van 2023‑2025 blijkt dat dit niet zo is.
Onderstaand zijn in de tabel de waterstanden van de vennen in de periode 13 mei – 22 juli 2023 én 9 juni – 13 aug 2025 (=zomerperiode) en in de periode 7 aug – 11 okt 2023 én 12 sept – 23 dec 2025 (=najaar periode) vermeld. Uit cijfers blijkt dat de daling van de waterstand in Kromven in de meeste perioden relatief het langzaamst verloopt (= kleinste getal in millimeters per dag).
Toelichting kolommen: daling is gemeten verandering waterstanden; wegzijging=daling minus neerslagtekort in cm; en daarna in millimeter per dag. Neerslagtekort= open waterverdamping minus neerslag. Een minteken voor het getal betekent een daling van de waterstand. Een plusteken betekent een stijging van de waterstand (alleen bij het Scherpven).
Wat hebben we onderzocht?
- De bodem onder het ven
- Onder het WitHollandven ligt een leemlaag. Een leemlaag is een natuurlijke grondlaag. Het is fijner dan zand maar bevat minder kleimineralen dan pure klei. Leem is slechter water doorlatend dan zand.
- De leemlaag ligt ongeveer één meter onder de zandbodem van het ven.
- Hierdoor kan het grondwater, net zoals bij de andere vennen, wel wegstromen. Het wegstromen van grondwater in het WitHollandven gebeurt veelal niet sneller dan bij de andere vennen.
- De daling van de waterstand
- In de zomerperiodes ’23 en ’25 daalt het water in het WitHollandven minder snel dan in andere vennen.
- In september 2023 en in het najaar van 2025 daalde het water in het WitHollandven veel sneller dan in de andere vennen.
Dat roept de vraag op: hoe kan dit?
- Regen valt overal evenveel: dit is dus niet de oorzaak.
- Verdamping is in alle vennen ook gelijk en is gering in najaar;
- Waterdiepte in verschillende vennen is vergelijkbaar;
Deze drie punten verklaren het verschil in daling dus niet.
Wat is wél de oorzaak?
De verschillen komen door grondwaterstanden in de omgeving.
- In het zuidelijke deel van de Landschotse Heide staat het grondwater in het najaar hoger (dus minder diep).
- Het WitHollandven ligt in het noorden. Hier staat het grondwater in het najaar veel dieper. Soms wel een meter dieper dan het water in het ven.
- Hierdoor kan het water uit het WitHollandven sneller wegzakken in de bodem.
- Bij de andere vennen staat het grondwater dichter bij het oppervlak, waardoor er minder water wegzakt.
In perioden waarin het grondwater stijgt (bijvoorbeeld eind 2025) zakt het water in andere vennen nog maar heel langzaam weg. Eerst zakt het met 2,7 millimeter per dag. Nadat de grondwaterstand is gestegen zakt het nog maar 1,5 millimeter per dag.
Wat zien we in het gebied?
In januari 2026 viel ongeveer 70 mm regen. Daarna waren:
- de waterlopen en sloten in het zuiden gevuld met water
- de sloten bij het noorden nog overal droog.
Dit laat zien dat het waterstanden in het zuiden sneller stijgt dan in het noorden.
Conclusie
Kijkend naar de grondwaterstanden kunnen we zeggen dat het WitHollandven niet lekt. De grote verschillen in daling van een venwaterstand komen door verschillen in grondwaterstanden in het gebied.
- In het noorden staat het grondwater in de herfst en vroege winter dieper, waardoor het venwater sneller wegzakt.
- In het zuiden staat het grondwater ondieper, waardoor de vennen daar meer water vasthouden.
Daarom valt het WitHollandven in het najaar veel sneller droog dan de andere vennen.
N.B. Deze uitkomsten komen uit de laatste metingen en andere beschikbare informatie over de bodem en de diepere ondergrond. Een uitgebreider onderzoek kan helpen om beter te begrijpen hoe water stroomt tussen de vennen en het grondwater. Het is zeker dat verschillen in waterdruk en waterstanden invloed hebben op deze stroming; dat staat niet ter discussie.














